In het najaar van 2014 was er een aardbeving bij Ten Boer, die in de stad Groningen gevoeld werd. De aardgaswinning was inmiddels meer naar de randen van het gebied verplaatst en nu werden aardbevingen gevoeld in de grotere plaatsen die aan de rand van het aardgasveld liggen. Dat zou betekenen dat de gevolgen van de aardgaswinning verder zouden toenemen in plaats van afnemen. Vanwege deze onzekerheid besloot het platform een reactie op te stellen en deze werd verspreid onder de media. Hieronder staat deze reactie integraal weergegeven:

De pogingen van de NAM en de overheid om de aardbevingsproblematiek van het aardgasveld Slochteren in te perken door de winning aan de randen te concentreren lijken geheel averechts uit te werken. In de afgelopen tijd is nu ook de stad Groningen opgeschrikt door de aardbeving met het epicentrum bij Ten Boer. Enige tijd geleden werd ook Hoogezand getroffen door een aardbeving. Nu al zijn er oproepen om het aardbevingsgebied uit te breiden met Groningen en Hoogezand. Het einde van de bevingen is, als wij de deskundigen op dit gebied mogen geloven, nog niet in zicht.

Wij, als ‘Platform Kerk en aardbeving’ maken ons rond al deze ontwikkelingen om een aantal redenen ernstig zorgen.

Groningen is met haar 221000 inwoners waarvan 132000 huishoudens de grootste plaats van heel het noorden. Oldambt vormt samen met Hoogezand-Sappemeer de tweede plaats in grootte binnen de provincie (38137 waarvan 32000 huishoudens). Dat maakt dat de gevolgen van aardbevingen hier sociaal, financieel en economisch van een andere orde zijn. Groningen heeft een centrumfunctie in de regio. Als die wordt aangetast doordat het investeringsklimaat door aardbevingen minder wordt, dan zijn de consequenties voor heel het Noorden nauwelijks te overzien.

Een tweede reden van bezorgdheid is dat, doordat de claims veel groter zullen worden, het wat meer ruimhartige karakter van het schadeherstel teruggedraaid zou kunnen worden. Gaat men de uitgetrokken bedragen voor leefbaarheid en schadeherstel verhogen of maken straks ‘vele varkens de spoeling dun’?

Een derde reden van bezorgdheid is het feit dat er nog steeds geen gedragsregels zijn opgesteld waarop wij elkaar kunnen aanspreken; er is geen fundamentele bezinning geweest omtrent het verschil in machtspositie; er is nog steeds geen onafhankelijke instelling die het gedrag van de NAM op basis van toetsbare normen en een goed afgewogen gedragscode kan wegen; er is geen uniformiteit in de deskundigheid van de schadebeoordeling. Dat betekent dat de NAM in principe ieder luchtballon kan oplaten die door de actualiteit gewenst is maar daar naar eigen goeddunken vervolgens niets mee hoeft te doen.

In onze contacten met de mensen in onze regio’s bespeuren wij dat al deze genoemde zorgen duidelijk maken dat dit het vertrouwen en loyaliteit van mensen ten opzichte van NAM en overheid niet bepaald bevordert. Het gaat niet alleen om materiële zaken, maar ook om het gevoel serieus te worden genomen  De aardbeving die de stad Groningen ook raakte, wekt toch wel heel sterk de indruk dat de maatregelen die genomen zijn geen soelaas bieden. Het wordt ervaren als een vorm van dweilen, zonder dat de NAM en de overheid de kraan echt willen dicht doen. Deze instanties wekken zo de indruk dat met lapmiddelen de aardgasproductie zolang mogelijk op peil gehouden wordt en dat de mensen in het aardbevingsgebied en nu ook in de randen er omheen daarvan de dupe worden.

De bereidheid om de NAM en de overheid nog te horen ten aanzien van aardbeving gerelateerde problemen neemt af.

De houding van de NAM en  overheid wordt ervaren als hooghartig, als een houding waarmee de problematiek van onze regio wordt gebagatelliseerd. Er is  geen consistent beleid ten opzichte van de omgang met en afhandeling van de schade die de inwoners van onze regio ondervinden.

Natuurlijk gaat er in de schadeafhandeling ook veel goed. Veel woningen en andere gebouwen zijn inmiddels hersteld. Er is duidelijk een verandering in de houding en het beleid van de NAM en overheid geweest ten aanzien van het herstellen van de schade. Veel lokale bouwondernemingen zijn hierbij betrokken en dat heeft een positieve impuls gegeven aan de bouwsector in de regio. Helaas zijn de moeilijke situaties nog niet opgelost en blijven die tot verdriet van betrokkenen zich maar voortslepen.

De constatering dat onze regio door de NAM en overheid niet serieus wordt genomen  leidt tot versterking van het gevoel van machteloosheid, tot een toename van cynisme en verbittering.Nu de aardbevingen door de onwil om de aardgasproductie wezenlijk terug schroeven zich meer lijken te verplaatsen naar de stedelijke gebieden in de rand, raakt het zicht op economisch herstel van de regio weer verder weg.

De aardbevingsproblematiek blijft zo een bedreiging voor het gewenste investeringsklimaat.Wij vinden dan ook dat de overheid en de NAM bereid moeten zijn te erkennen dat terugdringen van de aardgasproblematiek niet kan zonder de gasproductie wezenlijk terug te schroeven. Wij pleiten er tevens voor dat de overheid en de NAM ook het schadeherstel en de ontwikkeling van de streek in economische, culturele en ecologische zin met voortvarendheid ter hand te nemen. Het schadeherstel en de omgang met de betrokken bevolking dient zo plaats te vinden dat zij zich serieus genomen voelt. Wij doen dit appel op de NAM en overheid omdat wij ons mede verantwoordelijk voelen voor de bevolking waaronder wij leven, omdat het gaat om  de leefbaarheid en het welzijn van onze regio. Een bewoonbare aarde waarop wij goede rentmeesters horen te zijn, is wat ons betreft een geloofszaak.