De gaswinning in Groningen heeft sinds 1993 duizenden aardbevingen veroorzaakt, met grootschalige materiële schade als gevolg. De grootste aardbeving vond plaats in 2012 en had een kracht van 3.6 op de Schaal van Richter. Veel bewoners hebben hun fundamentele gevoel van zekerheid verloren – letterlijk “de grond onder hun bestaan” wankelt bij elke beving. Een veilig thuis is voor de meeste mensen de basis van een zinvol en gerust bestaan; juist die basis is in Groningen aangetast.

In cijfers: in totaal zijn er ongeveer 287.000 woningen in het aardbevingsgebied. Tot op heden is bij ongeveer 130.000 daarvan een of meerdere keren schade gemeld. Bij een deel van de woningen in het aardbevingsgebied is voorts onderzocht of deze bij een aardbeving onveilig is of niet. Het gaat hierbij om 27.713 adressen. Bij 10.719 bleek dat versterking uiteindelijk niet nodig was en in totaal 5.877 huizen zijn versterkt. Dat betekent dat nog steeds 11.117 woningen bij een volgende beving mogelijk niet veilig zijn. Er zijn 880 woningen gesloopt en naar verwachting zullen in totaal 3300 huizen gesloopt moeten worden.

Onderzoeken laten zien dat het leven in een beschadigd en onveilig huis, en het jarenlange gevecht voor schadevergoeding of versterking, diepe mentale sporen achterlaat. Jarenlang werden deze psychosociale gevolgen door beleidsmakers onderschat. Pas recent – mede door het rapport van de Parlementaire Enquête Aardgaswinning Groningen in 2023 – is er brede erkenning gekomen voor de “aanzienlijke mentale belasting en schade” door de gaswinningsproblematiek.

Het psychisch lijden in Groningen ten gevolge van de gaswinningsproblematiek is omvangrijk en acuut. Uit onderzoeken blijkt dat duizenden mensen kampen met stress, angst, depressie en gevoelens van onveiligheid. Deze problemen hebben hun gezinslevens, gezondheid en gemeenschapsgevoel zwaar belast. Hoewel materiële schade uiteindelijk hersteld kan worden, vereist de immateriële schade – in de vorm van psychisch leed – langdurige aandacht.

Het gevoel van machteloosheid is wellicht een van de meest kenmerkende psychische gevolgen. Jarenlang waren er terugkerende bevingen, nieuwe schades, gewijzigde procedures en telkens verschuivende politieke aandacht. Dit creëert een voortdurende onzekerheid en het besef geen controle te hebben over de situatie. Veel bewoners omschrijven het als een eindeloze wachtkamer: wachten op de volgende beving, wachten op de inspectie, op een besluit, op geld, op herstel… Deze uitgerekte tijdsduur zonder uitzicht op definitieve oplossing ondermijnt het geloof dat men zélf nog iets kan doen. Uit onderzoek blijkt dat gevoelens van machteloosheid en frustratie direct samenhangen met de ervaren psychische belasting. Bewoners voelen zich veelal klemgezet in een situatie die zij niet kunnen keren.

Tegelijk is er hoop dat met gerichte ondersteuning herstel mogelijk is. Veel Groningers zijn veerkrachtig gebleken en staan voor elkaar klaar. Ook is gebleken dat  zodra een huis wel veilig verklaard of versterkt is, bewoners enige verbetering in welzijn rapporteren. Stressklachten nemen dan iets af en mensen herwinnen voorzichtig hoop. Echter, deze groep is nog klein en voor velen geldt dat het herstel (mentaal en fysiek) pas kan beginnen nadat de alles is verholpen. Daarnaast zijn er ook vele bewoners die na versterking emotionele schade houden; zij voelen zich niet zomaar “beter” wanneer de bouwscheuren weg zijn, want de “scheuren in de ziel” helen minder snel.