(Interview met Jacobine. Overgenomen uit Nederlands Dagblad 6 september 2018)

Jacobine Gelderloos: ‘Eén dorp met één kerk heeft nooit bestaan’

Jacobine Gelderloos promoveert vandaag op onderzoek naar de rol die  de kerk kan spelen op het platteland. Zelf heeft ze daar ook ervaring mee, als lid van het Platform Kerk en Aardbeving in Groningen.

‘Je moet je voelhorens uitsteken en speuren naar  sporen van God in de samenleving.’ Dat advies geeft Jacobine Gelderloos aan  dorpskerken. Ze wil kerken  helpen beter in te springen op wat er aan  spiritualiteit en religiositeit leeft. ‘Neem Hellum’, vertelt ze. ‘Daar was  een openbare school die elk jaar adventsvieringen organiseerde. Die hadden niet een expliciet christelijk label, maar er vonden wel gesprekken plaats over liefde en vrede.  Daar gebeurde echt  wel iets.’

Gelderloos denkt  dat kerken  meer kunnen doen om zich aan  maatschappelijke initiatieven te verbinden. Ze werkt als ‘verbindend specialist dorpskerken’ bij de Protestantse Kerk in Nederland. En vandaag promoveert ze aan  de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen op onderzoek naar  hoe kerken  op het platteland tegenwoordig de verbinding zoeken met de samenleving. Ze onderzocht daarvoor twee  kerkelijke gemeenten, een in Noord-Brabant en een in Groningen.

Hoe  is het  dorpsleven de  laatste decennia veranderd?

‘Het plattelandsleven is meer stedelijk en fragmentarisch geworden: je woont op één plek, werkt ergens anders en gaat weer ergens anders naar de kerk. Veel dorpen hebben grote nieuwbouwwijken en het kost  de kerk moeite die nieuwe bewoners te bereiken. Sommige kerken  trekken mensen aan  uit omliggende dorpen. Lang niet iedereen gaat nog in het eigen  dorp naar  de kerk. Neem Overschild, met vijfhonderd inwoners. De mensen vertrekken op zondag naar  alle windstreken. Het stereotype van één dorp met één kerk heeft overigens nooit bestaan.’

Waarom krijgen  dorpskerken speciale aandacht?

‘Bij de PKN merken we dat we dorpskerken nog niet altijd goed kunnen adviseren. Daarom willen we kerken  op het platteland in een netwerk bij elkaar  brengen en steunen, zodat ze ideeën kunnen uitwisselen en dilemma’s kunnen bespreken. De presentatie is op 24 september. Dan verschijnt er een publieksversie van mijn proefschrift. En we maken de namen bekend van de ambassadeurs die de verbindende schakel vormen in dit netwerk.’

Wat maakt een  dorpskerk anders dan  een  stadskerk?

‘Het dorpskerkelijk leven is veranderd doordat tegenwoordig vaak meerdere dorpen samen een gemeente vormen. Dat is niet nieuw. Sommige dorpen hebben al sinds de Reformatie een ‘knipperlichtrelatie’ met elkaar. Ze werken enkele decennia samen en gaan vervolgens weer zelfstandig verder.

Daarnaast hebben in een dorp ook mensen zonder kerkelijke achtergrond vaak een band met het kerkgebouw. Ze zijn er gedoopt en willen er begraven worden. Ze vieren er de feestdagen. In dorpen zijn mensen daardoor sneller voorstander van multifunctioneel gebruik  van het kerkgebouw. Ze zijn gehecht aan  het gebouw en zien mogelijkheden om er meer mee  te doen.’

Moeten kerken  vaker  opengesteld zijn voor  de  dorpsgemeenschap?

‘Ik ben zeker  voor het vaker open houden van kerken.  Mensen zeggen dat ze het fijn vinden als ze een plek hebben waar  het stil is. Mensen komen graag naar  de kerk als de drempel maar laag genoeg is. In Noordbroek ontstond er op initiatief  van rondleiders in de kerk een ‘kerstkuier’. Daarbij loop je om de kerk heen en zie je allerlei scènes uit het kerstverhaal: Romeinse soldaten, Herodes, het kerstkind. Daar kwamen veel mensen op af.’

En hoe blijf je aanwezig in je dorp als je kerk moet sluiten?

‘Je moet je dan de vraag  stellen: is er een andere manier om aanwezig te zijn? Bijvoorbeeld door iets te organiseren in het dorpshuis. Of door mee  te doen met dorpsactiviteiten.’

Is er daarbij nog  ruimte om  je christelijke identiteit te  uiten?

‘Dat is balanceren. In Hellum was  er bijvoorbeeld een kerstnachtdienst en de reacties daarop liepen uiteen. Het moest gastvrij  zijn, met cake. En er moest iets van een overweging zijn, want  het was  een kerkdienst. Er moest wel een aanloopje genomen worden om God te noemen. Het gebed was  gericht tot “iets wat boven  ons  uitstijgt en wat sommigen God noemen”.’

U bent  actief voor  het  Platform Kerk en  Aardbeving. Welke  rol spelen zij bij de  aardbevingsproblematiek?

‘Die hebben vooral een pastorale en bemoedigende taak. Aanvankelijk  vond men  het onlogisch dat wij wilden meepraten aan  de dialoogtafel. ‘Dat hoeft niet, want  de Stichting Oude Groninger Kerken praat al mee’, zeiden ze. Het toppunt van religieus analfabetisme, vind ik. Nog steeds moet ik soms mensen overtuigen van het nut van onze bijdrage.’

Met  welke  problemen kloppen mensen aan  bij het  platform?

‘Er is bijvoorbeeld een boerin  die bang is, elke keer als haar  man  weg is. Ze weet  niet waar  hij is en is angstig. Er is vooral veel onzekerheid en onveiligheid, mensen staan in de pauzestand. Ze zitten  vast  in procedures en kunnen hun leven niet voortzetten.’

Wat heeft het  platform bereikt?

‘Ik ben tot in het Torentje van de premier geweest. Een paar  jaar geleden zei Mark Rutte bij Jinek dat er heel veel geld naar  Groningen gaat en dat de politiek dat heel netjes doet. Ik vond van niet en heb daar  een vlammend betoog over geschreven. In juni vorig jaar sprak Rutte in Groningen met bewoners.

Later ben ik met het Groninger Gasberaad in het Torentje geweest. En inmiddels staat in het regeerakkoord dat er geld komt  voor geestelijke verzorging. De ChristenUnie heeft zich erg ingezet om dat te bereiken. En het heeft vast  geholpen dat Rutte een kerkelijke achtergrond heeft. Inmiddels zijn er twee  vacatures voor deeltijd  geestelijk verzorgers.’

Zie over hetzelfde onderwerp ook het artikel in TROUW van 7 september:

https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/hoe-god-in-jorwerd-kan-blijven~a65106c7/