Overgenomen uit “Eemsmond verbindt” Het informatiebulletin van de gemeente Eemsmond.

Fokke Fennema zet zich samen met collega’s van het Platform Kerk & Aardbeving in voor de aardbevingslachtoffers in de geloofsgemeente Zeerijp/Zijldijk.

Fennema woont in Winschoten en is sinds vier jaar doopsgezind predikant in Zeerijp/Zijldijk. Hij werkt twee dagen in de week en voert veel gesprekken met
inwoners. “U bent de eerste die naar ons luistert”, heb ik nu heel vaak gehoord.’

Hoe bent u bij het Platform Kerk en Aardbeving terechtgekomen?

Fokke Fennema: ‘Het Platform bestond al voordat ik predikant werd in geloofsgemeente Zeerijp/ Zijldijk. Het initiatief is ontstaan in de gemeente Loppersum door een aantal predikanten uit de regio. Ze zijn van verschillende kerken en hebben andere geloofsvisies, maar over de aardbevingen en de schadelijke gevolgen hiervan zijn ze het helemaal eens. Ik ook. Toen ik in deze gemeente predikant werd in 2014, heb ik meteen contact opgenomen met het Platform. Ik vroeg of ik vanuit mijn nieuwe functie iets kon betekenen
voor de inwoners. Dat was prima!’

Waarom vond u het belangrijk aan te sluiten bij het
Platform Kerk & Aardbeving?‘

Voor mijn werk bezoek ik ongeveer vijftig adressen in deze kleine gemeente. Tijdens huisbezoeken praat ik veel met mensen. En het gaat vroeg of laat altijd over één onderwerp: aardbevingen. Iedereen in deze regio heeft ermee te maken. Ik neem hun zorgen serieus. Dat zeg ik omdat dit landelijk gezien niet altijd zo is. Collega-predikanten uit het westen  begrijpen het soms niet. Dan komen ze kijken in dit gebied en dan merk ik een beetje arrogantie: ‘Het valt wel een beetje mee, of: ik reed er rond, maar zie er niks van.’ Daar stoor ik mij aan. Deze irritatie is een motivatie om als predikant naar de verhalen van mensen te luisteren en ze te steu-
nen. Maar de belangrijkste reden is dat ik me zorgen maak over wat er met mensen gebeurt die er echt onder lijden.’

Wat merkt u tijdens de gesprekken aan de
slachtoffers?

‘Veel angst en onzekerheid. Er zit nu een scheurtje bij de deur. Maar wat gebeurt daarmee bij een nieuwe aardbeving? Toen ik hier begon te werken viel het me meteen op: U bent de eerste die luistert! Hoe vaak ik dat zinnetje ge-
hoord heb… Dat zegt eigenlijk al heel veel. Mensen voelen zich niet gehoord en onbegrepen. Daar proberen we met het Platform Kerk & Aardbeving wat aan te doen.’

Luistert u alleen naar de verhalen, of doet u meer dan dat?

‘Het Platform biedt vooral een luisterend oor. Maar dat is niet het enige. We proberen met mensen die er doorheen zitten ook te kijken naar wat er speelt. Angsten wegnemen of problemen oplossen kan ik natuurlijk niet. Maar ik kan wel
vragen: wat doet die angst met jou en wat kun je doen om daar minder last van te hebben. Zo vraag ik het niet letterlijk, maar daar komt het wel op neer. Je kunt het als een soort geestelijke verzorging zien.’

Het Platform is een initiatief vanuit kerken. Maar biedt het ook hulp aan aardbevingslachtoffers die niet gelovig zijn?

‘Het is er voor iedereen. We gaan niet aanbellen bij mensen en dan vertellen dat we van de kerk zijn en een luisterend oor bieden. Maar kerken worden sowieso steeds vaker bij lokale activiteiten of voorlichtingsavonden betrokken. Men-
sen zien dat we daar niet zijn om zieltjes te winnen, maar juist om te ondersteunen. Het Platform Kerk & Aardbeving is wel aan de kerk verbonden, maar niet kerkgenootschap gebonden.’ Stut-en-Steun in Appingedam is ook een bekende
organisatie die advies geeft en een luisterend oor biedt aan aardbevingsslachtoffers.

Waarin verschillen zij met jullie?

‘Stut-en-Steun is meer gericht op praktische hulp. Waar kun je terecht voor hulp of klachten? Stut-en-Steun gaat ook letterlijk met mensen mee. Naar een loket of tijdens gesprekken tussen inwoners met de NAM bijvoorbeeld. Wij richten ons meer op de psychische en geestelijke kant. Wat doet de aardbevingsproblematiek met de mens? Maar we ondersteunen elkaar ook. Als zij gesprekken hebben met slachtoffers kunnen ze denken: dat is meer iets voor het Platform Kerk & Aardbeving. En andersom geldt dat ook als wij denken dat mensen beter af zijn bij Stut-en-Steun.’